Слике страница
PDF
ePub
[blocks in formation]

22

2e

[ocr errors]

99

20 Maart. F. Hora Adema. Off. v. Adm. 1 Mei v. n. a. op Zr. Ms. w's.

Te k!.

Hellevoetsluis
J. Beijer.

Idem.

Idem. Amsterdam. G. Belle.

Scheepsklerk. Uit O.-Indië terug en op n. a. C. P. van der Star. Kapt. Luit. t/z. Ult. Apr. van Commů. Zr. Ms

Guinea" op n. a. W. L. A. Gericke. Idem. 1 Mei Commt. Zr. Ms.

Guinea." H.J.van der Mandele. Luit. t/2. 1e kl. 1 Mei bel. met d. waarn.

der betr. v. Inspect d. Ar

tillerie, enz. 23/24, C. C. Vigelius. Off.v.Gez.Iekl. Uit ().-1. terug en op n. a. 25

A. v. Linden v. d.
Heuvell.

Luit. t/z. je kl. Uit. Maart op verz. e. o.
A. W. Vinkhuijzen.

I April bev. t. Luit. t'z. Iekl. 26 Jhr. C. C. Six. Kapt. Luit. t/z. 26 Commt. Zr. Ms. „E

vertsen. J. A. Greve.

Idem. Ult. April van Onder-Dir. en

Havenm. Hellevoetsluis

op n. a. F. J. Stokhuijzen. Luit. t|z. 1e kl. Ult. April v. Ged. b. 's Rijks

werf Amsterdam op n. a. F. W. C. Ledeboer.

Ult. April' v. Ged. Kon. Inst.

Willemsoord op n. a.
H. J. S. v. d. Sloot. Kapt. Luit. t/z. 1 Mei Ond.-Dir.en Havenm.

Hellevoetsluis.
P. F. H. Volcke. Luit. t/z. 2e kl. 1 Mei Off. v. Pol. Kon. Inst.

Willemsoord.
P. M. W. T. Kraijen-
hoff v. d. Leur.

i Mei ged. b. 's Rijkswerf

Amsterdam.
W. Römer.

i Mei op Zr. Ms. „Adm. 1'.

Wassenaer."
P. C. Buyze. Off.v.Gez. Iekl. 1 April in rol Zr. Ms.,,Adm.z.

Wassenaeren ged. a/b.

een der instructievaartuig. Dr. F. Daniëls. » » » 3e , Uit 0.-1. terug en op n. a. 27 L. Backer Overbeek. Luit. t|z. Ie kl. 1 Meiged.b/h.Dept.v. Marine

en toegev. aan Insp. Artil.

9

2e

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Іe

[ocr errors]

وو

2e

ERRATA. In no. 3 van dit tijdschrift bladz. 102 staat:

sin h cos (d + 4) Sin b

Sinb cos y sin (d' - dl)

dit moet en sin h cos d'

sin h' cos (d + 0) cos y sin (d' - d)

en

zijn: Tang. y =

Tang 4 sin h' cos d.

sin h cos d' sin h' sin d.

v. D.

[merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][merged small][merged small][merged small][ocr errors]

22

IO

en

IO

I

I

I

2

IO

9.862

16.794

2

I

1.850

I

I

I

I

de soort van schepen. Driemastschepen en Barken.

43.463
17.335 32

60.798 Brikken.

3 1.991 5

2.799.it) 8

4.790 Schoonerbrikken Schooners. 15 6.895

4.957 25. 11.852 Kleinere vaartuigen. 9 2,029

286 $)10

2.315 Stoomschepen. 60 76.646 59 74.649' 119 151.295

Totaal.. 109 131.024 | 85 100.026 194 231.050

de natie. Nederlandsche. 42 39.803

28 26.009

70 65.812 Engelsche.

44 63.201 38 53.678 82 116.879 Noordsche.

8
9.027 7 4.647

15 13.674 Zweedsche.

2.429
1.414

3.843 Noordduitsche.

5

6.932 15 Russische.

3.850

3 5.700 Fransche.

271

271 Grieksche.

1.421

1.421 Italiaansche.

2.508

2.508 Amerikaansche.

1.510

1.296 2.806 Spaansche. 1.342

1.342 Totaal... 109 131.024 85 100.026 194 231.050 den diepgang Van o tot 30 d. M. 24 10.819

9 4.523 33 15.342 31 40 58 64.192' 36 30.904

94 95.096 41 50

37.954 24 27.075 45 65.029 51 60

4 11.669 15 34.341 61 d. M. "hooger.

6.390

3.183 3 9.573 Totaal. . . 109 131.024 85 100.026 | 194 231.050 De hoogste waterstand was 83 d. M. laagste

54 » grootste diepgang

65 kleinste

18 +) Waaronder i marinevaartuig binnengekomen. $) Waaronder i inspectievaartuig uitgegaan.

2

2

[merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors]

Arbitrale uitspraak in zake ,,lenspompen, afwijking van koers en oorzaak van stranding"

van het galjootschip Z., kapt. W.

(Historisch.)

Arbiters: Mr. de S., notaris; W., scheepsreeder, en H., expert. M., boekhouder en reeder, eischer tegen de „Onderlinge

Verzekerings-Maatschappij E.”, verweerder.

De beoordeeling der zeewaardigheid van een zeeschip uit de bewoordingen „pompten lens en dichtschip", in een scheepsjournaal vermeld, blijft steeds in hare opvatting, hetzij in beperkten of ruimen zin, een belangrijk vraagstuk voor onze jurisprudentie. Groote belangen zijn daarbij tusschen reeders en assuradeurs betrokken; zij zijn te gewichtig om daarover te beslissen, zonder technische kennis, wetenschap en ervaring op zeemansgebied te raadplegen.

Onbillijk schijnt het, wanneer een reeder de gevolgen van onkunde of zorgeloosheid van den schipper moet dragen, en meer nog, als de reeder niet tot de directie der reederij behoort en met het gehalte van zijn schip of schipper niet ten yolle bekend is. Maar, men zal ook vragen: is het recht of billijk, wanneer domheid, onkunde of zorgeloosheid, om hier geen erger qualificatie te bezigen, een schip buiten het vaarwater doen stranden en daarvoor den assuradeur aansprakelijk te stellen?

Ziedaar een paar vragen, die zich, bijna dagelijks, bij de vele quaestiën over schade door zeeëvenementen aanbieden. Alles wat het gezichtspunt en het oordeel, in dergelijke zaken, De Zee 1879.

13

kan ophelderen, heeft eenige waarde, en zoo moge dan ook deze bijdrage misschien de welwillende beoordeeling en belangstelling der lezers ontvangen.

Door den eischer M. was verzekerd, in bovengemelde verzekerings-maatschappij, het galjootschip Z., kapitein W., tegen alle gevaren, zijn aandeel in gemeld schip à f 2000.—, van af 1 Januari 18— tot aan het einde van dat jaar.

Dit schip verliet Riga in de maand October van bedoeld jaar met bestemming naar Oporto, deed de reede van Elseneur aan en strandde op den 6 (?) November daaraanvolgende op de bank Bragen onder de kust van Jutland in het Schagerak, alwaar het schipbreuk leed.

Het gaf aanleiding tot de volgende procedure tusschen de partijen.

De Eischer (Advocaat Mr. v. d. T., memorie van eisch)

beweert te hebben geleverd: Io. De polis van verzekering van het galjootschip Z. tegen alle gevaren, vrij van molest, voor f 2000.—.

2o. De scheepsverklaring, door de equipage beëedigd, volgens welke hij verklaart, dat gemeld schip op den 6 November 18— op reis van Riga naar Oporto in de nabijheid der Jutsche kust aan den grond heeft gestooten en door het herhaaldelijk stooten, in weerwil van alle pogingen tot behoud, zeer lek werd, en nadat de mast en bramsteng met de raas door het stooten waren gebroken en overboord geraakt, het schip op den 7 November daaraanvolgende vol water was, zoodat de kapitein en het scheepsvolk, tot behoud van hun leven, genoodzaakt waren het schip te verlaten en dit totaal verloren is gegaan, ten bewijze waarvan mede eene verklaring van den Vice-Consul te Thisted wordt overgelegd.

Op grond van de feiten, de polis en statuten van de „Onderlinge Verzekerings-Maatschappij E.", verzoekt de eischer, dat de Arbiters den verweerder veroordeelen :

1°. tot betaling van gemelde f 2000.-- onder korting van verzekeringspremie en nápremie over Ao. 18— én van het geborgene van het casco, overeenkomstig de bepalingen der statuten;

2o. van de legale intresten van gemelde som van af het sluiten der acte van compromis;

3o. van de kosten dezer procedure.

De Verweerder (memorie van antwoord)

erkent: 1°. bovengemelde inschrijving in bedoelde verzekering in de „Onderlinge Verzekerings-Maatschappij E.";

2o. dat gemeld schip in de maand November 18- is gestrand en verloren gegaan, waarvan de scheepsverklaring is overgelegd;

maakt bezwaren: op de bedoelde scheepsverklaring de f 2000.-- uit te betalen, omdat daarin niet voldoende de omstandigheden worden vermeld, waarom men het schip aan den grond heeft gezeild;

verzoekt op grond daarvan: dat hem het scheepsjournaal van gemeld schip worde overgelegd, om daaruit de omstandigheden van het verloren gaan van het schip te kunnen zien.

Op grond der feiten uit de scheepsverklaring en het niet overleggen van het scheepsjournaal, verzoekt de verweerder dat het den Arbiters moge behagen:

1°. dat de verzekeringsmaatschappij voornoemd van de ingeschreven somma van tweeduizend Gulden, op gemeld schip ingeschreven, worde ontlast;

2°. den eischer te veroordeelen in de kosten dezer procedure.

De Eischer (Advocaat Mr. v. d. T. — memorie van repliek)

constateerende: 1o. de erkenning der verzekering door meergemelde maatschappij;

2o. de overlegging der scheepsverklaring;

39. én dat niet betwist wordt, dat de eischer in gemeld schip reeder was voor 18 aandeelen;

releveerende: de bewoordingen der scheepsverklaring aangaande het sinister;

wijst er op: dat er geene branding door het scheepsvolk was gezien, zoodat het meende in vaarbaar water te zijn, terwijl het bleek dat dit niet het geval was. Er was eene onder water lig

« ПретходнаНастави »