Слике страница
PDF
ePub

gen der houtwaren, enz. en kon een groot deel van het werk geschieden terwijl het schip reeds weder te water lag. Ten einde de droogdok-huur zooveel mogelijk te bekrimpen, was het eerste werk dus het schip in den bodem zooveel noodig te versterken, omdat op de gebroken plaats de voornaamste verbanddeelen waren weggenomen. Hiertoe werden balken in de midscheeps ingebracht, waartegen schoren naar de einden der dekbalken zwaar werden aangeramd, de open gangen van buiten met gering hout dicht gemaakt, de kiellasch gestopt, zoodat het schip na drie dagen het droge dok weder kon verlaten, om naar de werf te halen.

De alhier bestaande droogdokken zijn zeer geschikt voor alledaagsche reparatiën en zijn dan zelfs te verkiezen, omdat de bodem van de dokken voor een groot deel den vorm der kiel van

een schip aanneemt; voor een werk als aan de „Ernestine” moest geschieden is evenwel een vast dok of sleephelling te prefereeren. Om de reparatie alhier uit te voeren, moesten ballast en andere hulpmiddelen worden aangebracht, om het schip zijn vorigen vorm en klasse terug te doen krijgen.

Ten einde aan de werf zooveel mogelijk de gebroken deelen weg te nemen en de nieuwe pasklaar te maken, moesten de nieuwe schoren enz. worden verwijderd. Daarom werd de bodem van het schip met ijzeren ballastschuitjes belast (+ 210 ton) tot zoolang dat de schoren van zelf los kwamen en dus weggenomen konden worden.

De vastmaking van het schip was zoodanig, dat nagenoeg alle bouten en nagels, behalve eenige spijkers en hechtbouten, konden worden uitgedreven, en er bijgevolg geen sloping op de doorgezette plaatsen behoefde te geschieden, dan alleen om de gebroken deelen uit te nemen.

Het uitdrijven der bouten en nagels had plaats in de midscheeps van boven op + 1/3 en

en achter in den bodem op?a der scheepslengte, zoodat alle bouten en nagels, welke maar iets geleden konden hebben, werden uitgenomen; dit kon aan de werf tot op de waterlijn geschieden.

In de midscheeps, op de onderste kimwegers, werden twee bokken geplaatst van + 20 meter lengte, waarover vier zware kettingen werden gelegd, welke, om de stevens verbonden en

naar

voren

op de hoogte van het bovendek van trekschroeven voorzien, naar eisch konden worden gespannen; de juiste plaats voor de bokken kon in het droogdok worden bepaald.

Het doel dezer bokken was om de midscheeps neêr te drukken, de einden van het schip te lichten en van boven in elkander te zetten, totdat de kiel recht en de goede strook in de zijden van het schip was weergegeven.

Nadat al de gebroken deelen van het bovenschip door nieuwe waren verwisseld, nieuwe lijf houten en extra versterking op de lijf houten van het tusschendeks, zoomede extra binnenkimmen en kolsemstukken waren pasklaar gemaakt, moest het schip voor de verdere herstelling weder in het droge dok worden geplaatst. De stapelblokken werden toen gelegd op + 15 M. bocht in de kiel.

Bij het droogvallen van het schip bleek, dat het inbrengen van den ballast, het aanzetten der gespannen kettingen en het losmaken van het bovenschip al reeds zooveel uitwerking hadden gedaan, dat er nog slechts 13 CM. bocht in de kiel was, en wel eene zeer gelijkmatige bocht, zoodat de bokken op hunne juiste plaats stonden.

De bouten en nagels van af de waterlijn tot de kiel werden uitgedreven, waarna de stapelblokken gaandeweg opgeloosd en de trekschroeven der kettings aangezet werden, totdat de kiel geheel recht en de zijden van het schip op strook waren. Daarna werden de gebroken buikstukken en sitters door nieuwe vervangen, de uitgeweken kimmen door stutten op hare plaats gebracht, al de gaten der uitgedreven bouten en nagels opgeruimd en van dikkere bouten en nagels voorzien, ook nog nieuwe bijgeslagen, en alle versterkingen vastgemaakt.

De ballast, kettingen, bokken enz. werden weggenomen en het schip bleef zonder merkbare verandering staan.

De reparatie en verdere werkzaamheden hebben aan het doel beantwoord. Alle vereenigingen der Lloyds hier ter stede hebben het schip weder in de iste klasse opgenomen en het is thans onder den naam van President Trakranen in de vaart.

Na een volbrachte reis op Indië is het schip alhier weder nagezien, was er geene ontzetting in lasschen of strook te

bespeuren, en had het schip gedurende de reis „pot dicht" gevaren.

J. C. CEUVEL. Amsterdam, November 1878.

Handboeken voor zeelieden ter koopvaardij.

Bij de verschillende handboeken in de meest onderscheiden takken der wetenschap is het een eerste vereischte duidelijke en heldere voorstellingen te geven van de zaken die men behandelt.

Als men deze eischen stellen mag voor boeken ten gebruike van personen, wien het gegeven is dagelijks zich door lectuur te oefenen, dan mag men het nog te meer voor een zeemansboek. Een jong koopvaarder heeft zeer weinig tijd om zich in de theorie van zijn vak te oefenen, zoodat het eene allereerste voorwaarde is, dat hetgeen men voor hem te boek stelt beknopt maar tevens helder en duidelijk is.

Te meer afkeuring verdient het dus als men hem zaken als geheimzinnig voorstelt, die volgens natuurkundige wetten zóó en niet anders wezen kunnen.

Bovenstaande gedachte kwam mij voor den geest, bij het lezen van den volgenden volzin, voorkomende in het dezer dagen verschenen werk van J. Muller, oud-koopvaardij-kapitein, onder den titel: Scheepsbouw, toetuiging en practische zeemanschap ten dienste van zeelieden, en inzonderheid van hen die zich voor de Rijks-examens wenschen te bekwamen, pag. 143.

„Vooraf zij evenwel gezegd dat een der geheime eigen„schappen van het kompas waarvan men, evenals van de „gewone miswijzing, wel de uitwerkselen ziet, doch omtrent „de oorzaken geheel in onwetendheid verkeert, is, dat de „plaatselijke aantrekking of „locale attractie" verandert, naar„mate de koers die men voorlegt”.

Bij het lezen van dezen volzin konde ik niet anders verstaan dan dat de schrijver het veranderen der deviatie of locale attractie met het veranderen van den koers een geheime eigenschap van het kompas noemt.

Wij zullen deze zaak zoo eenvoudig mogelijk aan de strenge eischen der wetenschap toetsen, of die woorden waarheid bevatten, of dat zij eene misstelling zijn.

Bij onze beschouwing zullen we een ijzeren schip nemen, dan zullen er drie voorname oorzaken zijn, die de richting van de kompasnaald of den kompasmeridiaan bepalen:

1°. Het blijvende magnetisme in het schip;
2o. het aardmagnetisme en
30. het weeke ijzer door inductie magnetisch geworden.

1°. Het blijvende magnetisme in het schip.

Een ijzeren schip, dat op stapel gestaan heeft, zal gedurende dien tijd door de werking van het aardmagnetisme een magnetische as gekregen hebben.

Onderstellen wij nu het uiteinde der pen van het kompas als het snijpunt van een rechthoekig drievlakkig coördinatenstelsel, waarvan de eene as loodrecht op- en de tweede as in de richting van de kiel valt, dan moet de derde as dwarsscheeps gericht zijn.

Nemen wij nu een magnetisch punt in het schip, waarvan de magneetkracht op het kompas P, eenheden bevat. Trekken wij nu een lijn van dit punt tot het snijpunt van het coördinatenselsel, en stellen wij dat deze lijn met de verticale coördinatenas een hoek « maakt, en dat de projectie van die lijn op het vlak door de beide andere coördinaatassen getrokken met de richting der kiel een hoek s maakt. Stellen wij dan de samenstellende krachten in de richting der kiel

S, naar boordzijde = B en naar de kiel = K, dan hebben wij de volgende grootheden:

S = P, Cos. i Cos. p,
B P, Cos. « Sin. p en
K

Sin.

Pi

Neemt men

nu deze grootheden voor alle moleculen van het schip, dan heeft men door de sommatie de totale werking in de richting der drie assen:

S = EP, Cos. « Cos. B = a,
B = E P, Cos. « Sin. B b,

K1 = E P, Sin. 2o. Het aardmagnetisme. Plaatst men

nu op de pen van het kompas een magneetnaald, die zich geheel vrij kan bewegen, dan zal deze een stand aannemen volgens de declinatie der plaats. Stel dat de intensiteit van het aardmagnetisme op die plaats = P, eenheden en de inclinatie = q is. Wij bebben dan voor de horizontale magneetkracht der naald:

H = P2 Cos. en voor de verticale magneetkracht:

K = P, Sin. Nemen wij nu aan dat de lengte-as der kiel een hoek k met den magnetischen meridiaan maakt, m. a w. dat de koershoek van het schip = k is, dan kan men de horizontale magneetkracht volgens de bovengenoemde coördinaatassen weder ontbinden in de beide samenstellende krachten en verkrijgen dan:

S2

= P, Cos. Cos. k = a Cos. k, B2

P, Cos. Sin. k = b Sin. k,

K, = P, Sin. 3o. Het weeke ijzer door inductie magnetisch geworden.

De aardmagneetkracht werkt induceerend op de moleculen van het weeke ijzer. Stellen wij dat die magneetkracht in een molecule week ijzer = p eenheden is, en ontbinden wij die kracht in den zelfden zin als wij bij het blijvende magnetisme gedaan hebben, dan zullen wij voor de totale werking in de coördinaatassen krijgen:

Sz = Ep Cos. v, Cos. 8, = 2,1
= Ep Cos.

Sin.
Kg = IP Sin.

re,

[ocr errors]

4

[ocr errors]

=b,

« ПретходнаНастави »